'Vitale Beroepen' uitkomst voor medewerkers Kober

28 september 2026
20260924-kober-robert-sanger.jpg

Een betaalbare woning vinden in Breda is voor veel mensen lastig. Ook medewerkers in de kinderopvang lopen daar tegenaan. Voor Kober was dat een belangrijke reden om mee te doen aan de pilot Huisvesting Vitale Beroepen. Directeur Robert Sänger ziet inmiddels dat de regeling vooral helpt om medewerkers te behouden. “We hebben mensen blij kunnen maken die echt met een woonprobleem zaten. Voor hen heeft dit veel betekend.”

Met de pilot Vitale Beroepen die 1 februari 2026 officieel van start is gegaan, onderzoekt de gemeente Breda of voorrang op een sociale huurwoning kan helpen om mensen in vitale beroepen aan de stad te binden. Kober en zorgorganisatie Thebe doen als werkgevers mee. De Bredase woningcorporaties Alwel, Laurentius en WonenBreburg stellen gedurende de tweejarige pilot gezamenlijk maximaal dertig woningen per jaar beschikbaar. Zo’n 30 medewerkers van Kober toonden belangstelling, 11 van hen kregen een woning toegewezen. Vanuit Thebe waren er elf belangstellenden, van wie vijf een woning hebben toegewezen gekregen.

Goed werkgeverschap
Voor Kober past deelname bij goed werkgeverschap, vertelt Sänger. “Voor ons was het belangrijkste om te ervaren wat het aanbieden van een woning doet met het behoud en de instroom van medewerkers. We zagen het als een aanvullend aanbod richting medewerkers en als een extra mogelijkheid om de goede dingen voor hen te doen.”

Daar is volgens hem ook alle reden toe. Een woning is meer dan alleen een plek om te wonen. Als de woonsituatie niet meer past bij iemands leven, kan dat veel spanning opleveren. Sänger ziet dat bijvoorbeeld wanneer de gezinssamenstelling verandert of mensen door andere privéomstandigheden dringend iets anders nodig hebben. 

“Deze mensen wonen wel ergens, maar hun privésituatie is veranderd of ze willen dat die verandert. Als het vervolgens niet lukt om een andere woning te vinden, kunnen mensen kwetsbaar worden. Dat kan tot overbelasting leiden en uiteindelijk zelfs gevolgen hebben voor hun inzetbaarheid of verzuim.”

Dat was precies de situatie waarin Lotte (30) terechtkwam. Ze stond pas twee jaar ingeschreven voor een sociale huurwoning toen ze noodgedwongen op zoek moest naar een andere woning. “Ik was oprecht kansloos met een gemiddelde inschrijfduur van twaalf jaar. Overal waar ik reageerde, stond ik op plek 2000 of 3000. En voor een particuliere woning verdien ik te weinig.”

Buiten Breda
Ze keek vanwege haar woonsituatie al buiten Breda. “Ik heb in andere gemeenten gekeken, bijvoorbeeld in Bosschenhoofd en Wouwse Plantage. Maar dan had alles op de schop gemoeten. Ik had ander werk moeten zoeken, de kinderen hadden naar een andere school gemoeten. Alles zou veranderd zijn. Als ze op dat moment hadden gezegd: je kunt in Dordrecht een woning krijgen, dan had ik dat gedaan. Huisvesting was het belangrijkste.”

Ook Geena (24), die al vijf jaar bij Kober werkt, reageerde op woningen buiten Breda. “Bij mezelf had ik wel gedacht: als dat lukt, ga ik waarschijnlijk ook op zoek naar ander werk. Maar ik heb het hier zo erg naar mijn zin. Mijn eigen kinderen, mijn eigen collega’s. Ik werk nog steeds met mijn stagebegeleider, die nu mijn collega is. Dat is tof.”

Belangrijk voor behoud
Bij de start van de pilot wilde Kober ook onderzoeken of de regeling kon helpen om nieuwe medewerkers aan te trekken. In de praktijk blijkt dat lastiger. Medewerkers moeten al aan bepaalde criteria voldoen, onder meer rond hun dienstverband. Bovendien is er geen garantie dat er op korte termijn een passende woning beschikbaar komt, legt Sänger uit. “Als iemand bij je solliciteert, kun je niet toezeggen: als je bij ons komt werken, heb je binnen een bepaalde tijd een woning. Die belofte kun je gewoon niet doen.”

Daardoor is de pilot voor Kober wat minder geschikt als middel om personeel binnen te halen. Bij bestaande medewerkers ziet Sänger het effect veel duidelijker, zoals uit de verhalen van Lotte en Geena blijkt. “Bij behoud en bij het helpen met vraagstukken die medewerkers zelf hebben, merken we dat het enorm wordt gewaardeerd.” 

Van een uur reizen naar tien minuten fietsen
Voor Geena veranderde niet alleen haar woonsituatie, maar ook haar dagelijks leven. Ze woonde bij haar ouders in Lage Zwaluwe en reisde iedere dag naar Breda. De eerste jaren deed ze dat met het openbaar vervoer. “Dat was een uur enkele reis.” Later werd dat met de auto twintig minuten tot een half uur. Sinds juli woont ze in een appartement in Hoge Vucht. “Nu is het tien minuten op de fiets. Als de wind mee staat, acht minuten.”

Ook buiten haar werk merkt ze het verschil. “Ik kan nu makkelijker een avondje met vriendinnen plannen die in de buurt wonen, of samen even wandelen. Sociaal is het echt veel beter. Ik kan echt mijn eigen leven beginnen.”

Voor Lotte bracht de woning vooral rust voor haar gezin. Haar kinderen konden in dezelfde buurt en op dezelfde school blijven en kregen ieder een eigen slaapkamer. “Als je werkgever je op die manier helpt, doet dat wel echt heel veel. Ik heb heel hard gehuild. Je wilt er zijn voor je kinderen. Nu heb ik een huisje waar al mijn kinderen een eigen slaapkamer hebben. Dat brengt heel veel rust.”

Loting bepaalt
Kober maakt medewerkers attent op de regeling, maar benadert niemand persoonlijk. Medewerkers die belangstelling hebben, melden zichzelf, maakt Sänger duidelijk. Ook bepaalt Kober niet wie een beschikbare woning het hardst nodig heeft. “Wij willen niet zeggen: jij hebt het meer nodig dan een ander. Ik zou als werkgever liever niet in die rol zitten.”

Daarom wordt gewerkt met een objectief systeem waarbij loting een rol speelt. Kober beslist dus niet zelf welke medewerker een woning krijgt. “Je moet de zuiverheid en objectiviteit bewaken.” Bovendien komt niet iedere beschikbare woning bij een medewerker van Kober terecht. De woningen zijn onderdeel van de bredere pilot, waaraan ook Thebe deelneemt.

Loyaliteit en vertrouwen
Voor de medewerkers die via de pilot wel een woning vinden, is het effect groot, merkt Sänger. En daar profiteert Kober indirect ook van. “De spin-off is dat mensen heel positief tegenover Kober staan, omdat we hierin hebben kunnen helpen. Je wint aan loyaliteit en vertrouwen. Dat was voor ons ook onderdeel van goed werkgeverschap.”

Geena bevestigt dat: “Ik wilde niet weg, maar dit maakt me honderd keer dankbaarder. Iedereen op het werk was ook heel blij voor me.” Lotte: “Als je werkgever je op die manier helpt, doet dat echt heel veel.”

Dat een werkgever op deze manier iets kan betekenen op de woningmarkt, vindt Sänger bijzonder. Grote werkgevers als ASML bouwen inmiddels woningen voor medewerkers. “Maar dat zie ik voor ons niet gebeuren.” 

Belang voor de stad
Het belang van deze pilot moet volgens de kinderopvangbestuurder niet worden onderschat. “De achtergrond van deze pilot is natuurlijk dat een stad niet kan functioneren als er geen mensen wonen die in deze beroepen werken. Als je geen mensen hebt in de kinderopvang, de zorg of het onderwijs, heeft uiteindelijk de hele samenleving daar last van. Het zijn beroepen die ervoor zorgen dat de samenleving blijft draaien.”

Voor Kober is de eerste ervaring met de pilot daarom positief. Niet omdat ermee ineens het personeelstekort wordt opgelost. “Maar we hebben mensen kunnen helpen die heel hard op zoek waren naar een andere plek. Voor hen heeft dat veel betekend. En hopelijk betekent het ook dat zij langdurig bij ons kunnen blijven werken, zonder de stress van een niet meer passende woonsituatie.”

Meer nieuws
Wil je wat kwijt of nooit meer iets missen?

Heb je een vraag, opmerking of een idee? Laat het ons weten! En abonneer je zeker op onze nieuwsbrief, dan ben je altijd op de hoogte.